Wanneer donderdagmiddag is aangebroken, is Elise al danig aan het doordraaien. Niet dat er zoveel organisatie aan te pas komt, maar ze is nogal perfectionistisch aangelegd en daarom moeten alle details kloppen.
“Kijk,” houdt ze zich voor, “een upperdare party stelt op zich niks voor: gewoon het huis wat op orde brengen, drank voorzien (genoeg, dat wel) en zorgen dat iedereen uitgenodigd is die uitgenodigd moet zijn.”
“Nog drie uur en de eersten komen toe”. Ze staat een ogenblik stil, blijkbaar in gedachten verzonken. De gejaagdheid maakt plots in haar lichaam plaats voor iets anders. Het is alsof alle stress via een onbekende uitweg uit haar vloeit en een kleine, geniepige glimlach verschijnt op haar lippen.